Snel een Mediator nodig?

  • Gratis kennismakingsgesprek
  • Snel beginnen
  • Betaalbaar
  • Geen advocaat nodig
  • Flexibele planning

1. Kans dat kinderalimentatie niet wordt betaald geen reden voor rechter tot doen van uitspraak

De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2018 verzoek tot faillietverklaring van alimentatieplichtige afgewezen. Volgens de Faillissementswet is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Om deze toestand te kunnen aannemen moet volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden: (1) er moet sprake zijn van meer dan één schuldeiser (pluraliteit) en (2) de schuldenaar betaalt niet meer. Indien, zoals hier, het verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser wordt gedaan, is voorts nog vereist dat (3) summierlijk van diens vorderingsrecht is gebleken.

De alimentatieplichtige had aangetoond dat hij wel de € 62 kinderalimentatie had betaald. Tijdens de zitting heeft hij nog € 2,79 contact voldaan; te weinig betaald in drie maanden. Nu er geen vordering is, is faillietverklaring al om deze reden niet mogelijk.

De rechter wees het verzoek af om nu al rekening te houden voor het geval de alimentatieplichtige in de toekomst niet betaald.
De eiser werd veroordeeld in de proceskosten: € 452. (Bron: ECLI:NLRBDHA:2018:2641)

Conclusie [Wiggers] stap niet direct naar de rechter; het kan een dure grap worden.

2. Afspraak tussen partijen over betaling factuur niet relevant

De Rechtbank Gelderland heeft op 9 april 2014, nummer 2673408, bepaald dat een afspraak tussen partijen in mediation over de betaling van de factuur van de mediator voor partij niet ontslaat om de rekening te betalen. De afspraak heeft alleen werking tussen partijen, die de mediator hebben ingeschakeld en de mediationovereenkomst hebben ondertekend. Dat de mediator aanwezig was bij het maken van die afspraken veranderd daar niets aan, omdat de mediationovereenkomst niet is aangepast.

Zuur voor de man in kwestie. Hij had de mediator aangeboden om maandelijks € 25 te betalen, omdat hij zei niet meer te kunnen missen. Daar nam de mediator geen genoegen mee. De rekening was € 475. De man is veroordeeld in betaling van de kosten van de invordering en het geding en is, behoudens wettelijke rente, nu € 665,76 verschuldigd.

3. Afspraken in vaststellingsovereenkomst bindend

​Alleen afspraken die zijn vastgesteld in een vaststellingsovereenkomst en tussentijdse afspraken die zijn vastgelegd als bedoeld in de Mediationovereenkomst en het NMI-reglement zijn bindend. Nadrukkelijk niet de afspraken die tijdens de mediation zijn gemaakt. Dat heeft het Hof van ‘s-Hertogenbosch op 24 juli 2012 bepaald (LJN: BX8352).

Als in een vaststellingsovereenkomst wordt afgesproken dat een lopend geschil bij de rechter wordt ingetrokken, zal dat moeten gebeuren. Die afspraak is bindend. Dat is de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, sector Bestuursrecht op 5 november 2011 (AWB 06/4489 BESLU; LJN BO7044).
Partijen waren op uitnodiging van de rechtbank met de mediation gestart. De mediation verliep positief en alom werd een vaststellingsovereenkomst ondertekend. Een van de afspraken was het intrekken van het geschik bij de rechter. Hoewel in de vaststellingsovereenkomst nadrukkelijk was opgenomen dat de afspraken geen betrekking hadden op een afwikkeling van schade, die de ene partij stelde geleden te hebben door de handelswijze van de andere partij (verweerder), zette de eisende partij de juridische procedure door. De Rechtbank Amsterdam oordeelde vervolgens dat eiser niet meer ontvankelijk was, omdat de eiser verweerder rechtstreeks aansprakelijk had gesteld voor de schade en zij voor het overige geen belang hebben bij een inhoudelijk oordeel van de rechtbank, omdat partijen hierover een vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend en er dus geen inhoudelijk geschil meer is.

Eerder heeft het Hof ‘s-Hertogenbosch op 29 november 2005, nummer 04/00050, LJN AU 9702, bepaald dat partijen die een vaststellingsovereenkomst sluiten daaraan ook gebonden zijn.
In dezelfde lijn: Centrale Raad van Beroep van 6 mei 2009 (LJN B15266).

Het Hof Arnhem oordeelde op 4 oktober 2004 dat een mediationovereenkomst voor beide partijen bindend is, tenzij die overeenkomst zo duidelijk is strijd is met het recht dat op niet nakoming van de overeenkomst gerekend mag worden (LJN AR4836).

4. Openbreken vaststellingsovereenkomst


“Openbreken” vaststellingsovereenkomst ten aanzien van het eenhoofdig gezag. Partijen zijn in vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 BW) overeengekomen dat de vrouw alleen belast blijft met het gezag. Partijen zijn in beginsel gebonden aan deze afspraak, tenzij een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan waardoor het belang van het kind zich verzet tegen nakoming van die afspraak. Gewijzigde omstandigheid is gelegen in de gewijzigde vertrouwensrelatie tussen partijen. Rechtbank Dordrecht komt toe aan beoordeling van het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag (uitspraak 28 maart 2012; LJN BW 1404)

Kies niet voor het gevecht, maar voor het redelijke overleg!

Gratis kennismakingsgesprek

Neem binnen 24 uur contact met mij op:



Neem binnen 24 uur contact met mij op:

© 2019 | Wiggers Mediation. Alle rechten voorbehouden. | Sitemap | Disclaimer

Volg ons op Social Media